Overlevingskansen bij melanoom: wat cijfers per stadium wel en niet zeggen
Nederlandse overlevingscijfers bieden context, maar voorspellen niet de uitkomst voor één individuele patiënt
Na een melanoomdiagnose is de vraag naar overlevingskansen begrijpelijk. Nederlandse registraties laten zien dat de vooruitzichten sterk samenhangen met het stadium waarin het melanoom wordt gevonden. Wordt een melanoom in een vroeg stadium gevonden, dan is de overleving vergelijkbaar met die van mensen van dezelfde leeftijd zonder melanoom. Naarmate de ziekte verder gevorderd is, worden de vooruitzichten ongunstiger. Hieronder staan de cijfers per stadium. Die beschrijven groepen patiënten en zijn geen voorspelling voor één persoon.
| Stadium I: | ongeveer 101 procent |
| Stadium II: | ongeveer 81 procent |
| Stadium III: | ongeveer 77 procent |
| Stadium IV: | ongeveer 35 procent |
Cijfers van IKNL, voor patiënten bij wie de diagnose is gesteld tussen 2017 en 2022.
Dat het percentage bij stadium I boven de honderd uitkomt, klinkt vreemd. Dat komt doordat de overleving wordt vergeleken met die van mensen van dezelfde leeftijd uit de algemene bevolking. Het betekent niet dat iemand meer dan honderd procent kans heeft. In de volgende alinea leest u hoe die vergelijking werkt.
Wat betekent relatieve vijfjaarsoverleving?
Relatieve overleving vergelijkt de overleving van mensen met melanoom met de verwachte overleving van vergelijkbare mensen uit de algemene bevolking. Het is dus iets anders dan zeggen welk percentage patiënten precies vijf jaar na diagnose nog leeft. De cijfers zijn bovendien gebaseerd op mensen die in een bepaalde periode zijn behandeld. Behandelingen veranderen in de tijd, vooral voor gevorderd melanoom. Daardoor kunnen historische data de huidige mogelijkheden maar gedeeltelijk weerspiegelen. Gebruik overlevingscijfers daarom als context om verschillen tussen stadia te begrijpen, niet als een voorspelling over uw eigen situatie.
Waarom verschilt de prognose zo sterk per stadium?
In stadium I is het melanoom beperkt tot de huid en is de ziekte meestal relatief vroeg gevonden. In stadium II is de primaire tumor dikker of heeft andere risicokenmerken, maar zijn er geen aangetoonde uitzaaiingen naar lymfeklieren of andere organen. Stadium III betekent verspreiding naar regionale lymfeklieren of omliggende structuren. In stadium IV zijn er uitzaaiingen op afstand. Binnen ieder stadium bestaan bovendien subgroepen. Tumordikte, ulceratie, locatie, leeftijd, algemene gezondheid, eventuele mutaties en reactie op behandeling kunnen de individuele situatie verder beïnvloeden.
Nieuwe behandelingen hebben vooral hogere stadia veranderd
De overleving van patiënten met gevorderd melanoom is in de afgelopen jaren verbeterd door onder meer immunotherapie en doelgerichte behandeling bij daarvoor geschikte patiënten. IKNL laat zien dat de relatieve vijfjaarsoverleving vooral in stadium III en IV duidelijk is gestegen ten opzichte van eerdere perioden. Dat is relevant voor het interpreteren van oudere cijfers die u online tegenkomt. Welke behandeling mogelijk is, hangt af van het exacte stadium en tumorkenmerken. Zijn er uitzaaiingen, dan bepaalt dat mede het stadium en daarmee welke behandeling aan de orde is. Behandeling bij een uitgezaaid melanoom gebeurt in gespecialiseerde centra. Dr. Brinkmann voert die behandelingen zelf niet uit; is dat voor u aan de orde, dan wordt u gericht doorverwezen.

Uw eigen uitslag zegt meer dan een percentage online
Een persoonlijke prognose kan alleen worden besproken aan de hand van uw eigen medische gegevens. Bij een melanoom gaat het onder meer om de Breslow-dikte, dus hoe diep het melanoom in de huid is gegroeid, of de plek open is gegaan, wat er in de lymfeklieren is gevonden en wat aanvullend onderzoek heeft laten zien. Ook de reactie op behandeling kan de vooruitzichten veranderen. Bespreek cijfers daarom met uw behandelend arts, zeker wanneer u online percentages ziet die uit een andere periode of een ander land komen.
Veelgestelde vragen
Wat is de vijfjaarsoverleving bij melanoom stadium I?
Voor stadium I melanoom rapporteert IKNL voor diagnoses in 2017-2022 een relatieve vijfjaarsoverleving van ongeveer 101%. Dat statistische percentage kan boven 100 uitkomen doordat de overleving wordt vergeleken met die van de algemene bevolking met dezelfde leeftijdsopbouw. Het is dus geen persoonlijke kans van meer dan 100%. Stadium I bevat bovendien verschillende subgroepen. Uw eigen vooruitzichten hangen onder meer af van de kenmerken in het pathologieverslag. Bespreek individuele prognosevragen daarom met uw behandelend arts in plaats van een gemiddelde over een grote groep op uzelf toe te passen.
Hoe groot is de overlevingskans bij melanoom stadium IV?
IKNL rapporteert voor patiënten met stadium IV melanoom bij diagnose in 2017-2022 een relatieve vijfjaarsoverleving van ongeveer 35%. Dat is duidelijk hoger dan in oudere perioden, mede door de komst van immunotherapie en doelgerichte behandelingen. Het cijfer blijft een gemiddelde over een groep met zeer uiteenlopende ziektekenmerken en behandelreacties. Sommige patiënten reageren langdurig op behandeling en andere niet. Voor een individuele inschatting zijn onder meer de plaatsen van uitzaaiing, tumorkenmerken, algemene gezondheid en respons op therapie relevant. Bespreek deze punten met de arts die u behandelt.
Waarom vindt u online verschillende overlevingspercentages voor melanoom?
Verschillende websites kunnen andere melanoompercentages tonen omdat ze andere jaren, landen, definities of patiëntengroepen gebruiken. Ook kan het gaan om totale overleving, relatieve overleving of ziektespecifieke overleving; dat zijn verschillende maten. Daarnaast zijn behandelingen voor gevorderd melanoom de afgelopen jaren veranderd, waardoor oudere cijfers minder goed aansluiten bij de huidige situatie. Controleer daarom altijd de bron, meetperiode en definitie. Voor Nederlandse context zijn cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie van IKNL een belangrijke bron, maar ook die vervangen geen persoonlijke prognosebespreking.
Medisch gecontroleerd door: Dr. M. Brinkmann, dermatoloog, BIG-nummer: 09046571301. Laatst bijgewerkt: 9 oktober 2026
Met een verwijzing van uw huisarts kunt u snel terecht. Vraag hier meer informatie aan over onze behandeling